Beroepsuitoefening van de sociaal psychiatrisch verpleegkundige (SPV) in het brandpunt van tegengestelde maatschappelijke en politieke ontwikkelingen.
De praktijk
Het laatste jaar bereiken het bestuur van de NVSPV steeds meer vragen of de SPV wel of niet patiënten mogen classificeren volgens de DSM IV; zijn SPV-en ook (hoofd) behandelaars; mogen zij wel behandelen; wat is hun rol in de zorgprogramma s en de ontwikkeling van de DBC s ? Hoe autonoom werkt deze SPV eigenlijk en is dat wettelijk wel gedekt?
De discussie hierover moet volgens het bestuur van de NVSPV niet verengd worden tot het gegeven of SPV‑ en wel/niet mogen classificeren volgens de DSM IV, of het wel/niet mogen zijn van (hoofd) behandelaar. Het stellen van een verpleegkundige/medische diagnose, het beoordelen en hanteren van een crisis gaat een stuk verder dan het classificeren volgens de DSM IV. Overigens is bekend dat wettelijk alleen een arts een medische diagnose mag stellen en daar wringt nu net de schoen. De SPV gebruikt namelijk in de uitvoering van de sociaal-psychiatrische praktijk de hierboven beschreven competenties. Dit heeft met name te maken met de wijze waarop de SPV in de organisatie van de GGZ is gepositioneerd bijvoorbeeld als voorwacht in vele crisisdiensten, als erkende verpleegkundige discipline binnen de Trans Murale teams maar ook als SPV in de eerste lijn.
De politiek
De ontwikkelingen binnen de Stuurgroep Modernisering Opleidingen en Beroepen in de Gezondheidszorg (MOBG) en de Verpleegkundige Beroepsstructuur en Opleidingscontinuüm (VBOC ) van VWS, waarin o.a. sprake is van legitimering van taakverschuiving naar taakherschikking en het voornemen is aanpassingen te maken in de wet BIG, staan lijnrecht tegenover de ontwikkelling van de laatste 2 jaar waarin binnen zowel AGZ ‑ als GGZ instellingen vanuit de raden van bestuur maar met name ook vanuit de medische discipline de nadruk wordt gelegd op het profileren van het medisch specialisme. Dit proces doet geen recht aan de ontwikkelingen die er op de werkvloer plaatsvinden en waarin duidelijk sprake is van substitutie van medische taken naar verpleegkundigen in dit geval de SPV ! Het is dan ook niet verwonderlijk dat uit onderzoek van het Landelijk Centrum Verpleging & Verzorging (LVCC) naar taakverschuivingen tussen artsen en verpleegkundigen al in 1998 blijkt dat gemiddeld 16% procent van de totale werkzaamheden van psychiatrisch en sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen besteed wordt aan werkzaamheden die voorheen werden gerekend tot het takenpakket van de psychiater. (Algera & Scholten 1998). In het rapport 'De arts van Straks' Een nieuw medisch opleidingscontinuüm KNMG, 2002 wordt de SPV als voorbeeld genoemd van substitutie van medische taken.
Historisch perspectief
Van oorsprong is de SPV vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw een gespecialiseerde verpleegkundige met een eigen vervolgopleiding, die in nauwe samenwerking met de psychiater een groot caseload beheert in de sociale psychiatrie. In de loop van het laatste decennium van de twintigste eeuw heeft het werkgebied van de SPV zich op een natuurlijke wijze uitgebreid naar aan GGZ-verwante instellingen zoals de verslavingszorg, instellingen voor maatschappelijke opvang en de forensische psychiatrie en ook in de huisartsenpraktijk is zij een graag geziene kracht. Momenteel zijn er ruim 3.000 afgestudeerde sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen; waarvan ruim 2000 lid zijn van de NVSPV.
Beleidsmakers, de GGZ branche, de beroepsverenigingen en het onderwijs, zullen hun beleidslijnen beter op elkaar en op de werkelijkheid van de beroepspraktijk van de SPV moeten afstemmen zodat de SPV voor de betreffende competenties de wettelijke erkenning krijgt, die zij verdient. Tot die tijd zullen de leden van de NVSPV zich houden aan de instellingsregels, zonder daarbij het belang van de cliënt uit het oog te verliezen.
Bestuur NVSPV
Geraadpleegde Literatuur:
'De arts van Straks' Een nieuw medisch opleidingscontinuüm.KNMG, 2002
Beroepsdeelprofiel SPV , AVVV 2004
'De Zorg van Morgen, Flexibiliteit en samenhang' Advies van de Commissie Implementatie
Opleidingscontinuüm en Taakherschikking. mw M.J.M. LeGrand- van den Boogaard, voorzitter, juli 2003.
'Evaluatie Wet BIG', ZonMw, 2002.
![]() |
![]() |